Puttenveld-ontwerp

Een grondwaterwinning van Brabant Water is gebouwd in twee perioden. De oudere putten kenmerken zich door ondiepere pompkamers, terwijl de jongste putten een diepere pompkamer hebben. Door een verwachte toename in de afzet wenst Brabant Water inzicht in de eindverlagingen die in het puttenveld kunnen optreden bij langdurige maximale belasting. De hoofdvraag hierbij is of de oude pompputten in die situatie nog voldoen.

Opbouw van de verlaging in een pompput
Opbouw van de verlaging in een pompput

De bepalende factoren zijn hiervoor in beeld gebracht. De referentiestijghoogte is met tijdreeksanalyse bepaald als een gemiddeld niveau, waarbij vervolgens nog  rekening is gehouden met de meteorologische variatie van de seizoenen.  Verder is de verlaging van de eigen pompput als ook de invloed van pompputten op elkaar berekend. Voor de marge voor boorgatwandverstopping is aangesloten bij de beschikbare veldkennis van het betreffende puttenveld.  Tenslotte is de minimale waterdekking zoals voorgeschreven door de pompfabrikant als eindmarge in rekening gebracht.

Voor het berekenen van de onderlinge beïnvloeding is gebruik gemaakt van de gegeneraliseerde formule van De Glee. Bijzondere aandacht is hierbij besteed aan de binnen het puttenveld aanwezige reservecapaciteit. Technisch is meer onttrekkingscapaciteit aanwezig dan de zuivering kan verwerken. In de berekening van de maximale verlagingen in het puttenveld is daarom steeds bepaald wat de meest kritische set van pompputten is die in bedrijf kunnen zijn.

Uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat met de ontwikkelde methode een goede onderbouwing kan worden gegeven van de maximale productiecapaciteit van het puttenveld en daarmee een onderbouwing van het benodigde pompput-ontwerp, vooral gericht op de benodigde pompkamerdiepte.

De methode is in algemene zin breed inzetbaar voor ieder puttenveld. Het is zeer zinvol gebleken om hiermee een puttenveld formeel te kunnen toetsen aan een ontwerp of andersom. Deze methode kan zeer waardevol zijn, daar waar oorspronkelijke ontwerpen van puttenvelden vaak niet meer voor handen zijn, puttenvelden sterk zijn veranderd en/of behoefte is aan een gestructureerde onderbouwing van het benodigde puttenveld-ontwerp.